Voor Zorgverzekeraar VGZ is geld belangrijker dan de patiënt!

Benningbroek - 10 februari 2019


Reactie Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie (NVOI) naar aanleiding artikel Telegraaf 7 februari 2019: ‘’Woekerwinst op implantaat’’.

Zorgverzekeraar VGZ heeft niets geleerd uit het verleden!

VGZ zet de mondgezondheid van haar verzekerden op het spel door tandwortelimplantaten zonder wetenschappelijke onderbouwing als verplichte verstrekking aan haar verzekerden voor te schrijven.

De Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie (NVOI) heeft met verbijstering kennis genomen van het artikel in De Telegraaf waarin VGZ tandarts-implantologen volledig onterecht wegzet als een beroepsgroep die bezig is met het realiseren van woekerwinsten op implantaten. De NVOI betreurt het dat De Telegraaf door VGZ van onjuiste en misleidende informatie is voorzien, waardoor de aandacht afgeleid wordt van het door VGZ ingezette onverantwoorde inkoopbeleid, waarmee de patiëntveiligheid,  de keuzevrijheid, de kwaliteit van zorg en verbetering daarvan gevaar loopt.

VGZ tracht middels een media-offensief het kwalijke feit te verbloemen dat ze het gebruik van niet wetenschappelijk onderzochte, goedkope  tandwortelimplantaten wil voorschrijven bij VGZ verzekerde patiënten. VGZ heeft met haar inkoopbeleid implantaatfabrikanten gecontracteerd  die geen track-record hebben met resultaten op lange termijn of geen gepubliceerd klinisch onderzoek in peer reviewed geaccepteerde wetenschappelijke bladen.

De NVOI voert als wetenschappelijke vereniging al geruime tijd strijd tegen dit beleid van VGZ, omdat  het gebruik van voldoende wetenschappelijk onderbouwde implantaten een absolute voorwaarde is voor veilige en voorspelbare patiëntenzorg. Het drama rondom de ‘goedkope’ PIP-borstimplantaten’’  en de “sport-prothese” is velen immers nog bekend. Toen bekend werd dat VGZ vooral het gebruik van niet wetenschappelijk onderzochte en door klinisch onderzoek onderbouwde implantaat-typen wenste te vergoeden voor haar verzekerden. is er vanuit de universiteiten en de wetenschappelijke verenigingen dan ook direct ernstig bezwaar gemaakt.

Het is immers onbekend hoe deze implantaten op lange termijn bij patiënten zullen functioneren en  of er gezondheidsrisico’s op lange termijn bestaan. Het kan dan ook niet bestaan dat deze implantaten de verplichte verstrekking worden voor de patiënten waar de implantoloog verantwoordelijk voor is. Het is immers de behandelaar die verantwoordelijkheid moet afleggen over het al of niet slagen van zijn/haar behandeling en niet de zorgverzekeraar. Doordat veel geregistreerde implantologen zich niet kunnen vinden in bovenstaande, heeft de VGZ met name zijn toevlucht genomen tot niet geregistreerde implantologen, en is het zelfs de vraag of de VGZ nog wel voldoet aan haar plicht om voldoende zorg met landelijke dekkingsgraad in te kopen. Het is ook de behandelaar die de kennis heeft om te beslissen welke behandeling het beste is voor de patiënt. VGZ dreigt met dit beleid deze keuze over te nemen van de enige partij die hiervoor bevoegd en bekwaam is, te weten de implantoloog.  

Feit is dus dat VGZ een strijd om kostenbesparing voert door het stimuleren van het plaatsen  van niet wetenschappelijk onderbouwde implantaat typen. VGZ heeft in de contracteringsronde voor 2019 tandarts-implantologen tevens misleid om een contract met VGZ af te sluiten, waarbij VGZ onterecht vermeldt dat er inkoopafspraken zouden zijn met twee wetenschappelijk onderbouwde implantaatsystemen ( Straumann & Camlog). Deze firma’s  hebben echter aangegeven, net als alle andere gerenommeerde firma’s, dat ze geen overeenkomst met VGZ hebben getekend. De prijs van implantaten van implantaatfirma's met een bewezen trackrecord op gebied van veiligheid en kwaliteit en onderbouwd met gedegen wetenschappelijk onderzoek ligt veelal tussen de €250,-- en €500. Afhankelijk van de indicatie en situatie kiest de behandelaar samen met de patiënt voor de meest optimale behandeling, waarbij een specifiek implantaat-type past. Vanuit de gehele beroepsgroep is er hevig verzet geweest tegen de inperking van keuzevrijheid door VGZ.  Een zorgverzekeraar hoort immers nooit op de stoel van de behandelaar te gaan zitten. Zij neemt immers ook niet de verantwoordelijkheid voor de uitgevoerde verrichting. VGZ doet dit echter wel door het verplicht voorschrijven van voor velen onbekende en niet (voldoende) wetenschappelijk onderzochte merken en typen implantaten.

VGZ kiest nu op zeer frustrerende wijze voor een zeer gemakkelijke en bekende afleidingsmanoeuvre; de tandarts weer publiekelijk neerzetten als een zakkenvuller.

Dat er winst gemaakt kan worden op implantaten is een juiste constatering. Door de invoering van een gemiddelde maximale implantaatvergoeding  door de NZa (de j33-code van momenteel €314,--) werd het mogelijk gemaakt om winst te maken op het gebruik van goedkope, niet wetenschappelijk onderbouwde implantaten. Deze niet-onderbouwde implantaten kunnen goedkoop worden ingekocht en mogen voor het maximale tarief van €314,- aan de patiënt  worden doorberekend. Opmerkelijk is dat deze vergoedingswijze tot stand is gekomen onder druk van de zorgverzekeraars, en met name VGZ. Bekend is ook dat meer dan 85% van de beroepsgroep gewoon het implantaatsysteem is blijven gebruiken dat ze al deden en zich dus niet heeft laten verleiden om van systeem te wisselen zodat er verdiend zou worden aan de verkoop van implantaten. De NVOI heeft zich vanaf de invoering van deze code bij de NZa altijd verzet tegen deze ‘perverse prikkel’ en gepleit voor een één op één doorberekening van de daadwerkelijke materiaalkosten. Opmerkelijk genoeg heeft VGZ de NVOI nooit willen steunen om deze NZa-declaratiecode van tafel te krijgen, ondanks meerdere oproepen van onze kant.  

Dat VGZ een volledige beroepsgroep die opkomt voor het gebruik van kwalitatief hoogwaardige implantaten neerzet als ‘graaiers’ is schofferend en een onjuiste weergave van de werkelijkheid. VGZ zet de mondzorg in de uitverkoop door het stimuleren van onbekende implantaatsystemen waarvan sommige zelfs nog maar net op de Nederlandse markt zijn gekomen. Het nog maar de vraag of deze firma’s het leveren van onderdelen en het verstrekken van garantie op termijn kunnen nakomen laat staan of deze firma’s dan nog bestaan. Bij de Kamer van Koophandel bleek na inzage dat VGZ zelfs een Nederlandse firma gecontracteerd heeft met een negatief vermogen.

Hiernaast heeft de VGZ ook de tarieven voor tandtechniek met 20 tot 30 % gekort waardoor het niet of nauwelijks nog mogelijk is voor een Nederlands tandtechnisch laboratorium om een kwalitatief hoogwaardig klikgebit of andere constructie op implantaten te vervaardigen voor VGZ-verzekerden. Ook hier moeten dan wederom concessies worden gedaan omdat  VGZ de door hun opgelegde tarieven verplicht stelt. De patiënt mag van VGZ niet bijbetalen voor kwaliteit.

De NVOI als wetenschappelijke vereniging maakt zich dan ook ernstig zorgen over de kwaliteit van de implantologische zorg in Nederland nu en in de toekomst.  Door het beleid van de VGZ wordt de (mond)gezondheid van de patiënt op het spel gezet. Dat VGZ een hele beroepsgroep in de grootste krant van Nederland afschildert als zakkenvullers om hiermee de aandacht af te leiden van haar eigen wanbeleid is verwerpelijk en feitelijk onjuist.

Voor Zorgverzekeraar VGZ is geld belangrijker dan de patiënt!

Home Mijn NVOI Erkende Implantologen TSVP-I Leden Richtlijnen Lid worden Secretariaat Partners Links RSS Facebook LinkedIn Twitter Engels