De operatie


Een implantaat operatie bestaat uit drie fases:

Voor de operatie
U krijgt één of meerdere recepten voor geneesmiddelen die u vóór de operatie in huis moet hebben. U leest hier meer over het eventuele gebruik van de medicijnen. Vaak gaat het om een pijnstiller een spoelmiddel en soms een antibioticum.

De operatie zelf
Het plaatsen van een implantaat gebeurt onder plaatselijke verdoving. U voelt daarbij geen pijn, wel druk of trilling van de boor. Vaak krijgt u ook afdekdoekjes over u heen zodat er steriel kan worden gewerkt. Er wordt een opening gemaakt in het tandvlees, zodat de implantoloog bij het bot kan komen. Vaak is het nodig dat het bot eerst glad wordt gemaakt. Daarna wordt de plaats bepaald waar de implantaten moeten komen. Met diverse boortjes wordt ruimte gemaakt in het bot. Het implantaat wordt vervolgens in het bot geschroefd waarna de wond wordt gehecht.

Na de operatie
Afhankelijk van de omvang en complexiteit van de ingreep kunt u na de operatie last krijgen van napijn en enige zwelling en/of verkleuring (bloeduitstorting) van de slijmvliezen, wangen en lippen. Ook kan de wond nog enige tijd wat nabloeden zodat het speeksel rood kleurt. Het komt ook voor dat uw tijdelijke of oude kunstgebit of noodvoorziening gedurende het genezingsproces minder prettig zitten en minder goed functioneren. U zult instructies krijgen van de implantoloog over het gebruik van medicijnen en het eventueel aanbrengen van koeling op het gezicht.